Wildlife

JULI 2019

Zomerreces bij de dieren

Driekus Heij

Het is warm – erg warm! Misschien hebt U er als golfer ook hinder van en neemt U voorzorgsmaatregelen: goed insmeren met anti-zonnebrand, veel flesjes water vullen bij de tappunten, niet op het heetst van de dag op de baan gaan. In de dierenwereld is het omgaan met de hoge temperaturen niet anders: de wilde dieren vertonen zich niet meer zo vaak, ook niet in de koelere uren. Ze zullen alleen tevoorschijn komen om even te foerageren, maar trekken zich dan weer snel terug in de beschutting van de dekking. Zij gaan efficiënt met hun energie om: elke overbodige inspanning wordt vermeden. Daar zouden we als mens nog wel iets van kunnen leren! De camera registreert op dit moment ook geen dierenbewegingen. De laatste vermeldingen op het registratieformulier waren van medio april – mogelijk een wasbeerhond en een jonge vos. Leuk! Omdat vogels buiten ons domein vallen, laten we de scholekster die onlangs werd gesignaleerd even buiten beschouwing. Het veld en het bos lijken wel uitgestorven. Misschien zijn de wilde dieren wel op zoek gegaan naar een andere habitat waar het beter toeven is – de kans bestaat dat ook deze wilde dieren dat gaan doen… Een mooie zomer gewenst!

JUNI 2019

Snake-eyes

mocht u nog een balletje links en rechts in de rough slaan… kijk dan goed uit uw doppen… hij doet het namelijk ook. 

Eerste eikenprocessierupsen gesignaleerd

Annet ten Doeschate

Afgelopen zondag werden – door Joop Brand en Frank te Hennepe die net aan hun tweede ronde van de strokeplay-kampioenschappen waren begonnen – de eerste eikenprocessierupsen in de baan gesignaleerd. Op kniehoogte van een van de eiken aan de rechterkant van het Penninklaantje bevond zich een beginnende processie. Chris van ‘t Hof – alsof hij niet al genoeg aan zijn hoofd had dit weekend – gaf dat meteen door zoals de baco in een eerdere bijdrage aan deze nieuwsbrief had gevraagd, en zette de route langs de boom daadkrachtig af, zodat volgende deelnemers aan de strokeplay-kampioenschappen zich ongehinderd door brandharen op hun wedstrijd zouden kunnen blijven concentreren.

Aan het eind van de middag bleek de colonne zich op een meter of drie hoogte in dezelfde boom te bevinden (zie foto). De gemiddelde snelheid van hun flight moet dus ca 30cm/u zijn geweest. Nadere inspectie door onze greenkeepers maandagochtend vroeg wees uit dat zich in meer bomen langs het Penninklaantje eikenprocessierupsen bevinden. Besloten is om in deze fase nog niet tot bestrijding van de rupsen over te gaan. Over een week of drie zullen de processies hebben geleid tot nestvorming en deze zullen dan worden weggezogen. Intussen kunnen de koolmezen, en mogelijk ook de spreeuwen, zich nog tegoed doen aan de rupsen. Om alle risico voor spelers te vermijden is over de driving range een by-pass gecreëerd zodat u niet onder de bomen door hoeft te lopen. Ook is de strook rough onder de eiken links op hole 18 gemarkeerd als GUR zodat u uw bal vanaf een veiliger plek mag slaan. Blijft u in de baan alert op de rupsen en geeft u de locatie dan door aan ondergetekende (06 22751510/atend@live.nl)?
 

Het wolvenpaar

IJpe Boersma

Nee, ditmaal geen foto van de eigen camera! Dat zou betekenen dat er een wolvenpaartje zou rondlopen op en rond de golfbaan! Zover is het nog niet, maar zoals U allen uit de media hebt kunnen vernemen, loopt het wolvenstel op deze foto wel ergens op de Veluwe rond. Wolven zijn voor het laatst aan het einde van de 19e eeuw in Nederlands gesignaleerd. In de afgelopen jaren zijn er echter steeds weer meldingen geweest van individuele exemplaren die vanuit Duitsland ons land binnentrokken. Het nieuws dat dit wolvenpaartje een plekje op de Veluwe heeft veroverd en wellicht al welpen heeft, maakt dat we er serieus rekening mee moeten houden dat deze grote roofdieren zich hier permanent zullen vestigen. Geen reden tot angst en paniek, want een wolf doet een mens zelden iets. Wel zijn wolven erg “geïnteresseerd” in schapen: voor de bescherming worden nu al maatregelen genomen.

Omdat wolven al zo lange tijd niet meer in onze streken voorkomen, weten wij niet veel meer over hen, behalve dan uit de bekende sprookjes “Roodkapje” (Charles Perraut) en “de Wolf en de Zeven Geitjes” (Gebroeders Grimm). Hier verslindt de Boze Wolf in één hap Roodkapje resp. zes van de zeven geitjes… Toch zit er best een kern van waarheid in dat “hap-slik-weg”-verhaal: een wolf is van nature een schrokker. Buitgemaakte prooi wordt snel “met huid en haar” verslonden, vooral om te voorkomen dat andere roofdieren ermee aan de haal gaan. Zelfs bij de gedomesticeerde verwante van de wolf, ons huisdier Hond, is dit gedrag soms nog zichtbaar: een hond kan zijn etenskom in hoog tempo leeg schrokken zonder echt te kauwen!

Wat een wolf zo “ongefilterd” naar binnen werkt, komt er ook in ruige vorm weer uit, niet als een net reepje, maar eerder als een langgerekte uilenbraakbal. De poep (“boonsel”) bestaat uit een samenhangende massa vol haren, botjes, hoefjes… Onderstaande foto van de wolvenkeutel is gemaakt op een zandpad op de Veluwe. Hierin is de massa haren goed te zien: deze wolf had een big van een wild zwijn opgevreten, wat te zien was aan de kleine hoefjes die niet verteerbaar waren… Een belangrijke voedselbron zijn (jonge) reeën (bejaagd in roedelverband). Verder eet de wolf ongeveer hetzelfde als een vos, zoals kleinwild en vogels.

De kans dat U in de vrije wildbaan en zeker op de golfbaan de wolf zelf ziet, is miniem, maar mocht U de uitwerpselen aantreffen, moet U dat zeker melden!

MEI 2019

Koolmeesjes hebben het druk

 

Annet ten Doeschate
 

Afgelopen week op het terras gesignaleerd: een koolmees, druk heen en weer vliegend met lekkers voor de jongen. Hopelijk met de eikenprocessierupsen waar koolmezen dol op zijn, in ruil voor de gastvrijheid in onze bloembak.
 

Eikenprocessierups

Annet ten Doeschate
 

De verwachting is dat 2019 een uitzonderlijk “goed” eikenprocessierupsjaar gaat worden. Voordat deze rupsen zich hebben ontpopt tot vlinders kunnen hun brandharen allerlei ongemak (huiduitslag, zwellingen, rode ogen, jeuk, kortademigheid en in het ergste geval zelfs shock) veroorzaken . Ziet u een rupsennest, geef de locatie ervan dan heel graag door aan de greenkeepers als u die in de baan tegenkomt, of aan ondergetekende, bereikbaar op telefoonnummer 06 22751510 en per email op atend@live.nl. Er kan dan voor worden gezorgd dat de locatie wordt afgezet om ongemak voor de spelers te voorkomen. Het bestrijden van de rupsen laten we vooralsnog over aan de in de baan volop aanwezige spreeuwen. De baancommissie dankt u bij voorbaat voor uw medewerking.
 

Een uilskuiken

Chris van ‘t Hof

Afgelopen zondag liep ik een rondje op onze prachtige baan. Na hole 10 bleek de sandwedge van een flightgenoot niet meer in haar tas te zitten. Na het voltooien van onze ronde zijn we de baan rond geweest om deze club te zoeken. Bij het navragen bij spelers in de baan kregen we te horen dat er bij de fairwaybunker op hole 14 een uilskuiken zat. We dachten eerst dat we werden uitgescholden, maar het bleek daadwerkelijk om een jong van een bosuil te gaan.

Het beestje zat onder de dennenbomen tussen hole 14 en hole 15. Er moet daar dus ook ergens een nest zitten, want de vader of moeder hoorden we roepen. In overleg met de dierenambulance hebben we een reddingsactie op touw gezet en het jong gevangen. De jonge bosuil is opgehaald door de dierenambulance en deze wisten te vertellen dat hij (of zij) bijna volgroeid was en in een zeer goede conditie verkeerde. Een paar dagen verzorging en deze jonge aanwinst kan worden terug gezet in de natuur waar ze uiteindelijk ook thuishoort.
 

Grondmist en vogelgeschetter

Rene Aveskamp
 

Negen dappere leden trotseerden afgelopen zaterdag het vroege (06.00) uur om de vogelstand op onze baan te verkennen. Ze werden niet teleurgesteld. Vooral door het onwaarschijnlijke weer: mistflarden trokken over de baan, later beschenen door een bloedrode zon. Een poëtisch ontwaken, begeleid door vogelzang. Gewapend met kijker en warme kleding – het was amper drie graden – trokken de natuurminnende leden door de baan en het aanpalende bos. Begeleid door Greta van Hoorn, ervaren vogelgids en prominent lid van de Vogelwerkgroep Arnhem. Bovendien nog in het bezit van een goed gehoor. Heel belangrijk, want veel vogels lieten zich lleen maar horen.
De score was dit jaar een stuk lager dan andere jaren. In totaal werden 27 soorten vogels geteld. Er zijn jaren geweest dat het er ruim veertig waren. Vermoedelijk speelde de kou een rol. Door het ontbreken van thermiek gaan roofvogels niet op de wieken. Daarom dit keer geen buizerd, havik en torenvalk. Maar wel een roodborsttapuit. Voor het eerst op onze baan. Bovendien: een vogelwandeling blijft een momentopname. Zo mis je dan soorten die we anders bijna dagelijks in en rond de baan zien. Op 18 mei is de vogelwandeling op tientallen andere golfbanen. Wij op Papendal vonden dat te laat in het seizoen.
 

Geboortegolfje bij de spreeuwen

Rene Aveskamp
 

In grote aantallen zien we dit jaar geen spreeuwen op onze baan. Toch zijn ze er wel. En ze hebben ook al voor nageslacht gezorgd. Ruim honderd kuikens zijn dezer dagen zo groot en sterk geworden dat ze uit de kast kunnen komen. Ze wegen dan zo rond de 90 gram. Dankzij een ring rond een van de poten weet een vinder dat ze op onze golfbaan zijn geboren.
 
Vorige week vrijdag was vogelonderzoeker Jan Schoppers van Sovon ruim vier uur in de weer om alle jonge spreeuwen te meten, te wegen en te ringen. Geassisteerd door Herman Paul Baars – in blauwe overal – en ondergetekende. Een tijdrovende klus dus, ook al hoefden niet alle 80 spreeuwenkasten te worden gecontroleerd. Want het broedsucces liet dit jaar nogal te wensen over. In slechts 26 kasten werd dit jaar gebroed. In andere jaren waren dat er meer dan veertig. Per nest werden net geen vijf jongen aangetroffen. Ook dat is minder dan andere jaren. Waar het aan ligt? Vrijwel zeker voedselgebrek. Een erg droog voorjaar en een kaalgeschoren baan waar insecten en andere prooien schaars zijn.
 
Minder spreeuwen betekent ook minder natuurlijke bestrijding van engerlingen en emelten. Deze larven voeden zich met de wortels van het gras op fairway en green. Hoe meer spreeuwen – maar ook andere vogels – hoe meer van deze schadelijke insecten kosteloos worden weggevangen. Goed voor de baan, goed voor de natuur, goed voor onze golfsport.

 

APRIL 2019 

Géén kraambezoek svp! 

Driekus Heij (tevens auteur van alle voorgaande artikelen van dit jaar)
 

Het is nu volop voorjaar en voor ons mensen de tijd om lekker buiten in de zon of onder een grote parasol te zitten, zeker na een dagje golfen. Die relaxte houding geldt niet voor de “wilde dieren”: daar is het nu de tijd om jongen te krijgen en ze te zogen. De moeder (bij de dieren is de emancipatie nog niet overal bereikt…) heeft het dus druk, druk, druk! Dit intieme familiegebeuren vinden wij privacygevoelig (een hot topic tegenwoordig!) en daar horen dan ook geen camera’s bij. Daarom zullen er in de komende tijd geen berichten verschijnen over “de wilde dieren”. In deze periode krijgt ook een reegeit haar jongen: meestal één, soms ook twee. Dit zal ook gelden voor de reegeit die wij in de eerste aflevering van deze rubriek hebben “gekiekt”. Een reegeit heeft een draagtijd van ongeveer tien maanden.

Daarbij is er iets bijzonders: na de bronst (paartijd) tussen half juli en half augustus treedt er na de bevruchting een zogenaamde “kiemvertraging” op van ongeveer 4½ maand. Pas in december begint het embryo zich snel te ontwikkelen. Hoe voorspoedig deze ontwikkeling gaat is niet alleen afhankelijk van de weersomstandigheden in de winter en het vroege voorjaar, maar ook van het voedselaanbod. De geit zal haar kalf “zetten” (werpen) op een beschutte plek, bijvoorbeeld in de ondergroei bij een bosrand. In de eerste weken is het contact tussen moeder en kalf beperkt tot enkele minuten zogen, meerdere malen per dag. Het reekalf bepaalt, zo jong als het is, zelf de plek waar het zich verschuilt: het drukt zich plat tegen de grond, zodat het mede door de schutkleur nauwelijks te zien is. De reegeit komt regelmatig terug om het te zogen: zij meldt zich dan met een bepaald geluidje (fiepen genoemd), waarmee zij aangeeft dat het veilig is voor het kalf om naar haar toe te komen.

In deze eerste levensweken dreigen er vele gevaren voor het reekalf, zoals slecht weer of aanvallen door roofdieren – zij hebben in deze tijd ook jongen! Ook de mens kan een gevaar vormen en dan niet alleen door het maaien van graslanden. Het komt regelmatig voor dat mensen zo’n in het gras of bos weggedoken reekalfje zien en denken dat het verlaten is. Mensen zijn dan geneigd om onder het uitroepen van “ach wat zielig: Bambi…!” het beestje aan te raken of op te tillen. Doet U dat a.u.b. niet, want dan wordt het pas echt zielig: de moeder zal het kalf zeker verstoten… Dit is ook het geval als uw hond het kalf aanraakt of (erger) bijt. Mocht U in de komende tijd zelf nog wild waarnemen, dan kunt U dat natuurlijk noteren op de poster die beneden in de gang van het clubhuis hangt. Wij wensen U een mooie en onbezorgde lente toe!

 

REEBOK

Deze fiere reebok, met het gewei nog steeds in de bast, liet zich van dichtbij op de camera vastleggen. Hier is goed te zien hoe alert hij is: hij heeft zijn oren naar opzij gedraaid en zet grote ogen op. Dit zijn reflexen die hem in staat stellen om snel te reageren op situaties die voor hem gevaar kunnen opleveren – hij kan er dan voor kiezen om nog even te blijven staan of om toch op de vlucht te slaan.
 
Deze foto is gemaakt in het begin van de avond tegen een uur of half acht volgens de net weer ingegane zomertijd. Deze wisseling van tijd hebben wij mensen uit praktische en economische overwegingen ingevoerd. Het wild heeft hiervan geen weet: dat leeft volgens de eigen biologische klok en reageert op daglengte en de originele zonnetijd. Daarin schuilt een groot gevaar voor mens en dier, namelijk dat van aanrijdingen met wild: de verkeersdrukte in de ochtendspits begint nu opeens een uur eerder, juist in de schemertijd waarin het wild zich gaat verplaatsen…

In deze tijd treden er ook veranderingen op bij de reeën zelf: zij hebben in de winter vaak zogenaamde “wintersprongen” gevormd – grotere groepen van bokken, geiten en de kalveren van het vorige jaar. Zo’n wintersprong valt in het voorjaar uiteen. Vooral jongere reebokken trekken dan verder op zoek naar een eigen territorium. Ook verjagen reegeiten vóór het werpen van hun jong de kalveren van het vorige jaar. Er worden al vele maatregelen genomen, zoals blauwe reflectoren op de paaltjes langs de wegen en kort gemaaide wegbermen. Toch blijft het onze plicht als automobilist om zeker in deze tijd van het jaar goed op te letten en vooral niet te snel te rijden in de risicogebieden, zoals er zovele zijn in onze bosrijke omgeving…

BUNZING

Het dier dat laatst in de vroege uurtjes rondscharrelde binnen het bereik van de camera op Hole 14 is wat moeilijker te benoemen. De grootte van deze marterachtige is op deze afbeelding niet goed in te schatten vanwege het gebrek aan oriëntatiepunten: is het nu een steenmarter (die tussen de 40 en 54 cm lang is, zonder de staartlengte van 22 tot 30 cm), een boommarter (tussen de 36 en 56 cm, staart van 17 tot 28 cm) of toch een bunzing (tussen de 30 en 46 cm, staart van 7 tot 19 cm)? Ze behoren alle drie tot dezelfde familie van de marters: zij zijn kleinere neven van de das die in aflevering 4 aan de orde is gekomen. Zij zijn wel slanker dan de das en bij alle drie soorten zijn de vrouwtjes kleiner dan de mannetjes. Zij eten hetzelfde soort dieren en vruchten als de vos en de das: kleine zoogdieren, wormen, vogels, en fruit e.d.

De bunzing blijft het liefst op de grond, terwijl de steenmarter en boommarter zeer behendig zijn in het klimmen en jagen in bomen, o.a. op eekhoorns. Waar de steen- of boommarter als plaag wordt gezien vanwege het binnendringen in gebouwen en het kapot knagen van bekabeling (auto’s!), heeft de bunzing een betere pers: hij ruimt knaagdieren zoals muizen en ratten op. Hoewel de marters en de bunzing duidelijk nachtdieren zijn, kunnen ze ook wel eens overdag worden gezien, al dan niet als verkeersslachtoffer. Dan valt het verschil in kleurstelling op: de steenmarter is op de rug wat grijzer dan op de buik, zijn snuit is roze en de keelvlek is wit en gaat over de gehele borst, de boommarter is geheel donkerbruin met een gele in een punt uitlopende borstvlek, terwijl de bunzing veel wit aan de kop heeft, met een donker masker rond de ogen.

Bij de afbeelding zou het kunnen gaan om een bunzing in zijn winterkleed: dan schemert het dichte, lichtere onderhaar door de donkere dekharen heen.

MAART 2019

REEWILD

Deze week staat weer het reewild centraal. Hoewel een ree een schuw dier is, kan hij zich ook op klaarlichte dag vertonen, zoals deze reebok die nog steeds zijn bastgewei heeft. Hij liep praktisch tussen de golfers door langs de bosrand bij Hole 9. Ook is op deze afbeelding goed de zogenaamde “spiegel” te zien, de witte haarbos op de bilpartij van het dier. Vooral in de winter is de spiegel vaak het eerste dat men van een ree ziet: een witte vlek die a.h.w. door het bos danst. De vorm van de spiegel bij een bok verschilt van die van een geit: bij de bok is zij niervormig met de bolle kant boven en bij de geit is zij hartvormig met een 6 tot 10 cm lang “schortje” van haar dat als een staart afhangt. In de winter is de spiegel wit en in de zomer eerder geelwit. De spiegel heeft ook een signaalfunctie. Bij gevaar wordt de spiegel groter: doordat de haren gaan uitstaan, lijkt zij een poederdons. Voor het reekalf is de spiegel van de geit een oriëntatiepunt bij het vluchten. Op de afbeelding is ook te zien dat de bok nog zijn wintervacht heeft met dekharen in een grijsbruine kleur met een dunne en krulligere ondervacht voor goede isolatie. In de loop van het voorjaar gaat het ree verharen, waardoor het dier er een tijdje nogal “mottig” uitziet. In juni heeft het dan de kenmerkende roodbruine zomervacht gekregen.

“NIET VOOR DE POES”

Op bijgevoegde afbeelding stijgt een koolmees recht voor de lens van de camera op. Het is aardig om te zien hoe hij zijn vleugels spreidt. Deze is dus “niet voor de poes”, lees een verwilderde kat… Hiervan hebben we ook sporen in de sneeuw gezien: zie de afbeelding. We noemen een kat verwilderd als zij in het wild is geboren. In tegenstelling tot de gewone huiskat, die ook nog steeds haar jachtdrift heeft, ongeacht hoeveel lekker voer uit blikjes en zakjes we haar voorzetten, en de zwerfkat die ook behaaglijk dicht bij de civilisatie blijft leven, is een verwilderde kat geheel zelfvoorzienend. Zij is een behendige jager en zij kan iets wat bijvoorbeeld een vos of een das niet kan, namelijk in bomen klimmen! Daarmee vormt zij een groot probleem voor de zangvogels. De verwilderde kat moet worden onderscheiden van de Europese wilde kat: dit is een andere ondersoort van de katachtigen. De verwilderde kat kan in alle kleurstellingen voorkomen (zoals onze huis “Poekie”); de wilde kat heeft een lichtgele tot donkergrijze vacht met een vaag strepenpatroon en een geringde staart. Ze komen voor in loofbossen en bosranden van o.a. Midden-Europa. In het zuidelijke deel van Nederland zijn er in de afgelopen jaren slechts enkele exemplaren gesignaleerd, dus die zullen we hier niet snel op de camera kunnen vastleggen.

 

WEDEROM EEN VOS

De foto van deze week is weer van een vos – wel een andere dan de vos uit aflevering 2 die in de buurt van Holes 9 en 10 rondliep. Deze vos scharrelde bij Hole 18 en had ongetwijfeld de aanlokkelijke geuren vanuit “Hole 19” in de scherpe neus gekregen! Hij heeft een goed ontwikkeld reukvermogen. Het komt vaak voor dat de vos meer prooien doodt dan hij meteen kan opeten. Die begraaft hij dan. In combinatie van het reukvermogen en een ijzeren geheugen, kan hij zijn begraven prooien nog maanden nadien terugvinden.
Zelf heeft hij ook een uitgesproken, zwavelachtige geur, die is verwant is met de afscheiding uit de klieren van stinkdieren… Wie die vossengeur een keertje geroken heeft, zal die zeker een volgende keer weer herkennen. De dominante rekel (mannetjesvos) bakent met zijn geur zijn territorium af. Soms zet een vos zijn geur ook als wapen in: hij kan op deze manier een dassenburcht “kraken”. Hoewel hij zelf een goede graver is, komt ook hier zijn opportunistische aard boven: hij deponeert dan bij alle in- en uitgangen van zo’n burcht zijn “P&P”, de das zoekt een goed heenkomen en de vos heeft op een gemakkelijke manier een eigen onderkomen gekregen.

DAS GESPOT!

Een tijdje terug liep een das in het holst van de nacht het beeld van de camera in – hij staat op de foto van deze week. Zelfs op deze nachtkiek zijn de zwarte banen over zijn witte kop goed te zien (boven de lichtgevende oogjes). Een das is een echt nachtdier – de meeste mensen zullen hem dan ook niet snel zien. Hij zal wel in de dassenburcht leven die in het bos ten oosten van Hole 7 ligt. Zo’n dassenburcht wordt gekenmerkt door een stelsel van onderaardse gangen met verschillende uitgangen en vele kamers; de ‘woonkamer’ kan wel 5 meter onder de grond liggen. Dassen zijn goede gravers. Zij hebben voorpoten met lange harde nagels, zoals ook op de hieronder staande afbeelding van de prenten (pootafdrukken) goed te zien is. De das is een roofdier, dat zich vooral voedt met regenwormen, kleine knaagdieren, slakken en wespenbroed en – net als de vos – met aas (dode dieren), maar ook fruit, maïs en eikels. Het zwarte boonsel (uitwerpselen) lijkt op dat van de vos, maar waar de vos het zomaar ergens achterlaat, graaft de das een ondiep kuiltje, waarin hij het boonsel deponeert zonder het toe te dekken, zoals een kat dat doet.

Scroll to top