Wildlife

WEDEROM EEN VOS

De foto van deze week is weer van een vos – wel een andere dan de vos uit aflevering 2 die in de buurt van Holes 9 en 10 rondliep. Deze vos scharrelde bij Hole 18 en had ongetwijfeld de aanlokkelijke geuren vanuit “Hole 19” in de scherpe neus gekregen! Hij heeft een goed ontwikkeld reukvermogen. Het komt vaak voor dat de vos meer prooien doodt dan hij meteen kan opeten. Die begraaft hij dan. In combinatie van het reukvermogen en een ijzeren geheugen, kan hij zijn begraven prooien nog maanden nadien terugvinden.
Zelf heeft hij ook een uitgesproken, zwavelachtige geur, die is verwant is met de afscheiding uit de klieren van stinkdieren… Wie die vossengeur een keertje geroken heeft, zal die zeker een volgende keer weer herkennen. De dominante rekel (mannetjesvos) bakent met zijn geur zijn territorium af. Soms zet een vos zijn geur ook als wapen in: hij kan op deze manier een dassenburcht “kraken”. Hoewel hij zelf een goede graver is, komt ook hier zijn opportunistische aard boven: hij deponeert dan bij alle in- en uitgangen van zo’n burcht zijn “P&P”, de das zoekt een goed heenkomen en de vos heeft op een gemakkelijke manier een eigen onderkomen gekregen.

DAS GESPOT!

Een tijdje terug liep een das in het holst van de nacht het beeld van de camera in – hij staat op de foto van deze week. Zelfs op deze nachtkiek zijn de zwarte banen over zijn witte kop goed te zien (boven de lichtgevende oogjes). Een das is een echt nachtdier – de meeste mensen zullen hem dan ook niet snel zien. Hij zal wel in de dassenburcht leven die in het bos ten oosten van Hole 7 ligt. Zo’n dassenburcht wordt gekenmerkt door een stelsel van onderaardse gangen met verschillende uitgangen en vele kamers; de ‘woonkamer’ kan wel 5 meter onder de grond liggen. Dassen zijn goede gravers. Zij hebben voorpoten met lange harde nagels, zoals ook op de hieronder staande afbeelding van de prenten (pootafdrukken) goed te zien is. De das is een roofdier, dat zich vooral voedt met regenwormen, kleine knaagdieren, slakken en wespenbroed en – net als de vos – met aas (dode dieren), maar ook fruit, maïs en eikels. Het zwarte boonsel (uitwerpselen) lijkt op dat van de vos, maar waar de vos het zomaar ergens achterlaat, graaft de das een ondiep kuiltje, waarin hij het boonsel deponeert zonder het toe te dekken, zoals een kat dat doet.

Driekus Heij – maart 2019

Scroll to top