Wildlife

Berichten uit de natuur van Driekus Heij  

APRIL 2019

REEBOK

Deze fiere reebok, met het gewei nog steeds in de bast, liet zich van dichtbij op de camera vastleggen. Hier is goed te zien hoe alert hij is: hij heeft zijn oren naar opzij gedraaid en zet grote ogen op. Dit zijn reflexen die hem in staat stellen om snel te reageren op situaties die voor hem gevaar kunnen opleveren – hij kan er dan voor kiezen om nog even te blijven staan of om toch op de vlucht te slaan.
 
Deze foto is gemaakt in het begin van de avond tegen een uur of half acht volgens de net weer ingegane zomertijd. Deze wisseling van tijd hebben wij mensen uit praktische en economische overwegingen ingevoerd. Het wild heeft hiervan geen weet: dat leeft volgens de eigen biologische klok en reageert op daglengte en de originele zonnetijd. Daarin schuilt een groot gevaar voor mens en dier, namelijk dat van aanrijdingen met wild: de verkeersdrukte in de ochtendspits begint nu opeens een uur eerder, juist in de schemertijd waarin het wild zich gaat verplaatsen… In deze tijd treden er ook veranderingen op bij de reeën zelf: zij hebben in de winter vaak zogenaamde “wintersprongen” gevormd – grotere groepen van bokken, geiten en de kalveren van het vorige jaar. Zo’n wintersprong valt in het voorjaar uiteen. Vooral jongere reebokken trekken dan verder op zoek naar een eigen territorium. Ook verjagen reegeiten vóór het werpen van hun jong de kalveren van het vorige jaar. Er worden al vele maatregelen genomen, zoals blauwe reflectoren op de paaltjes langs de wegen en kort gemaaide wegbermen. Toch blijft het onze plicht als automobilist om zeker in deze tijd van het jaar goed op te letten en vooral niet te snel te rijden in de risicogebieden, zoals er zovele zijn in onze bosrijke omgeving…

BUNZING

Het dier dat laatst in de vroege uurtjes rondscharrelde binnen het bereik van de camera op Hole 14 is wat moeilijker te benoemen. De grootte van deze marterachtige is op deze afbeelding niet goed in te schatten vanwege het gebrek aan oriëntatiepunten: is het nu een steenmarter (die tussen de 40 en 54 cm lang is, zonder de staartlengte van 22 tot 30 cm), een boommarter (tussen de 36 en 56 cm, staart van 17 tot 28 cm) of toch een bunzing (tussen de 30 en 46 cm, staart van 7 tot 19 cm)? Ze behoren alle drie tot dezelfde familie van de marters: zij zijn kleinere neven van de das die in aflevering 4 aan de orde is gekomen. Zij zijn wel slanker dan de das en bij alle drie soorten zijn de vrouwtjes kleiner dan de mannetjes. Zij eten hetzelfde soort dieren en vruchten als de vos en de das: kleine zoogdieren, wormen, vogels, en fruit e.d. De bunzing blijft het liefst op de grond, terwijl de steenmarter en boommarter zeer behendig zijn in het klimmen en jagen in bomen, o.a. op eekhoorns. Waar de steen- of boommarter als plaag wordt gezien vanwege het binnendringen in gebouwen en het kapot knagen van bekabeling (auto’s!), heeft de bunzing een betere pers: hij ruimt knaagdieren zoals muizen en ratten op. Hoewel de marters en de bunzing duidelijk nachtdieren zijn, kunnen ze ook wel eens overdag worden gezien, al dan niet als verkeersslachtoffer. Dan valt het verschil in kleurstelling op: de steenmarter is op de rug wat grijzer dan op de buik, zijn snuit is roze en de keelvlek is wit en gaat over de gehele borst, de boommarter is geheel donkerbruin met een gele in een punt uitlopende borstvlek, terwijl de bunzing veel wit aan de kop heeft, met een donker masker rond de ogen.

Bij de afbeelding zou het kunnen gaan om een bunzing in zijn winterkleed: dan schemert het dichte, lichtere onderhaar door de donkere dekharen heen.

MAART 2019

REEWILD

Deze week staat weer het reewild centraal. Hoewel een ree een schuw dier is, kan hij zich ook op klaarlichte dag vertonen, zoals deze reebok die nog steeds zijn bastgewei heeft. Hij liep praktisch tussen de golfers door langs de bosrand bij Hole 9. Ook is op deze afbeelding goed de zogenaamde “spiegel” te zien, de witte haarbos op de bilpartij van het dier. Vooral in de winter is de spiegel vaak het eerste dat men van een ree ziet: een witte vlek die a.h.w. door het bos danst. De vorm van de spiegel bij een bok verschilt van die van een geit: bij de bok is zij niervormig met de bolle kant boven en bij de geit is zij hartvormig met een 6 tot 10 cm lang “schortje” van haar dat als een staart afhangt. In de winter is de spiegel wit en in de zomer eerder geelwit. De spiegel heeft ook een signaalfunctie. Bij gevaar wordt de spiegel groter: doordat de haren gaan uitstaan, lijkt zij een poederdons. Voor het reekalf is de spiegel van de geit een oriëntatiepunt bij het vluchten. Op de afbeelding is ook te zien dat de bok nog zijn wintervacht heeft met dekharen in een grijsbruine kleur met een dunne en krulligere ondervacht voor goede isolatie. In de loop van het voorjaar gaat het ree verharen, waardoor het dier er een tijdje nogal “mottig” uitziet. In juni heeft het dan de kenmerkende roodbruine zomervacht gekregen.

“NIET VOOR DE POES”

Op bijgevoegde afbeelding stijgt een koolmees recht voor de lens van de camera op. Het is aardig om te zien hoe hij zijn vleugels spreidt. Deze is dus “niet voor de poes”, lees een verwilderde kat… Hiervan hebben we ook sporen in de sneeuw gezien: zie de afbeelding. We noemen een kat verwilderd als zij in het wild is geboren. In tegenstelling tot de gewone huiskat, die ook nog steeds haar jachtdrift heeft, ongeacht hoeveel lekker voer uit blikjes en zakjes we haar voorzetten, en de zwerfkat die ook behaaglijk dicht bij de civilisatie blijft leven, is een verwilderde kat geheel zelfvoorzienend. Zij is een behendige jager en zij kan iets wat bijvoorbeeld een vos of een das niet kan, namelijk in bomen klimmen! Daarmee vormt zij een groot probleem voor de zangvogels. De verwilderde kat moet worden onderscheiden van de Europese wilde kat: dit is een andere ondersoort van de katachtigen. De verwilderde kat kan in alle kleurstellingen voorkomen (zoals onze huis “Poekie”); de wilde kat heeft een lichtgele tot donkergrijze vacht met een vaag strepenpatroon en een geringde staart. Ze komen voor in loofbossen en bosranden van o.a. Midden-Europa. In het zuidelijke deel van Nederland zijn er in de afgelopen jaren slechts enkele exemplaren gesignaleerd, dus die zullen we hier niet snel op de camera kunnen vastleggen.

 

WEDEROM EEN VOS

De foto van deze week is weer van een vos – wel een andere dan de vos uit aflevering 2 die in de buurt van Holes 9 en 10 rondliep. Deze vos scharrelde bij Hole 18 en had ongetwijfeld de aanlokkelijke geuren vanuit “Hole 19” in de scherpe neus gekregen! Hij heeft een goed ontwikkeld reukvermogen. Het komt vaak voor dat de vos meer prooien doodt dan hij meteen kan opeten. Die begraaft hij dan. In combinatie van het reukvermogen en een ijzeren geheugen, kan hij zijn begraven prooien nog maanden nadien terugvinden.
Zelf heeft hij ook een uitgesproken, zwavelachtige geur, die is verwant is met de afscheiding uit de klieren van stinkdieren… Wie die vossengeur een keertje geroken heeft, zal die zeker een volgende keer weer herkennen. De dominante rekel (mannetjesvos) bakent met zijn geur zijn territorium af. Soms zet een vos zijn geur ook als wapen in: hij kan op deze manier een dassenburcht “kraken”. Hoewel hij zelf een goede graver is, komt ook hier zijn opportunistische aard boven: hij deponeert dan bij alle in- en uitgangen van zo’n burcht zijn “P&P”, de das zoekt een goed heenkomen en de vos heeft op een gemakkelijke manier een eigen onderkomen gekregen.

DAS GESPOT!

Een tijdje terug liep een das in het holst van de nacht het beeld van de camera in – hij staat op de foto van deze week. Zelfs op deze nachtkiek zijn de zwarte banen over zijn witte kop goed te zien (boven de lichtgevende oogjes). Een das is een echt nachtdier – de meeste mensen zullen hem dan ook niet snel zien. Hij zal wel in de dassenburcht leven die in het bos ten oosten van Hole 7 ligt. Zo’n dassenburcht wordt gekenmerkt door een stelsel van onderaardse gangen met verschillende uitgangen en vele kamers; de ‘woonkamer’ kan wel 5 meter onder de grond liggen. Dassen zijn goede gravers. Zij hebben voorpoten met lange harde nagels, zoals ook op de hieronder staande afbeelding van de prenten (pootafdrukken) goed te zien is. De das is een roofdier, dat zich vooral voedt met regenwormen, kleine knaagdieren, slakken en wespenbroed en – net als de vos – met aas (dode dieren), maar ook fruit, maïs en eikels. Het zwarte boonsel (uitwerpselen) lijkt op dat van de vos, maar waar de vos het zomaar ergens achterlaat, graaft de das een ondiep kuiltje, waarin hij het boonsel deponeert zonder het toe te dekken, zoals een kat dat doet.

Scroll to top add_filter( 'tribe_events_week_get_hours', 'filter_week_hours' ); function filter_week_hours( $hours ) { $hour = 0; foreach ( $hours as $key => $formatted_hour ) { if ( $hour < 9 || $hour > 19 ) { unset( $hours[ $hour ] ); } $hour ++; } return $hours; }